• Dat dauwpop was leuk trouwens. Tofste verrassingen: larry and his flask en are you a lion. Jammer: hollandsehits lawaaioverlast. Verder gaaf
    4 uren geleden

Bio

2 novembers in 1988



1. inleidende opmerkingen

Dr. Smith sliep al weken slecht. De rust die hij kreeg bestond uit hazenslaapjes op zijn werktafel, waarbij hij zijn berekeningen onderkwijlde. Zijn gemoedstoestand holde achteruit omdat hij telkens wakker schrok bij de droomgedachte dat zijn slaapgebrek zijn berekeningen zou kunnen verstoren. Dr. Smiths project was te belangrijk. Smith mocht niet lichtzinnig met zijn concentratie omspringen.

Het Nostradamusproject heeft nooit bestaan. Dat hoorde bij de opzet ervan. Zelfs de notulen van vergaderingen en bijeenkomsten van het project openen met "deze vergadering zal nooit plaats hebben gevonden" (wellicht ten overvloede: overgeleverde notulen zijn zeer zeldzaam, omdat deze doorgaans direct na notitie werden vernietigd).

Op 1 november 1984 betrad een geheimzinnige man - grote hoed, grote natte regenjas met opstaande kraag - het kantoor van dr. Smith. "Ik ben mr. X", zo meldde de geheimzinnige. "Dat meent u niet", antwoordde Smith. "Inderdaad", zei mr. X. Sindsdien was dr. Smith betrokken - sterker nog: hij had een sleutelpositie. Hij had vier jaar.

Dingen moesten. Dingen moesten vallen als je ze losliet. En elk houden dat er aan was, was oppervlakkig. Het vangen van een bal hief de zwaartekracht niet op. Slechts kunstmatigheid kon het noodlot van toeslaan weerhouden, maar kunstmatigheid kon zichzelf niet in stand houden - de les van alle Griekse tragedies. Men kon bezig blijven mensen te redden, maar als het mechanisme in werking was getreden was er geen houden of ingrijpen aan. Een bal viel pas na de worp, het oppakken of het duwtje. Het zoontje stierf na zijn derde auto-ongeluk, na twee succesvolle reanimaties. Vrouw Sheila overleefde twee zelfmoordpogingen maar stikte in een pinda. Sinds 1985 had Smith niemand meer. Het was zo.

Er was nooit zoiets als het noodlot geweest. Het werkte nu eenmaal zo. Niets moest totdat het spel in gang gezet was en het tegendeel was ontkend. Daar lag de ruimte.

Een voorspeller is geen magiër. Een voorspeller is een schrijver. Een wijze die de aard van de mens in spelzetten vooruit kan denken. Geen filosoof die een braakliggend veld ziet, maar een plaatsvervangend schaker die weet wat er gebeurt ondanks dat hij niet deelneemt. Voor-spel-ler . De voorspelling gonsde dat de uitwerking van menselijk handelen in november 1988 in een nood-lot zou uitmonden.

Toevallig kwamen vijf voorspellers elkaar tegen.

Op 7 september 1984 hield doctor Rudyard Smith een lezing in New York over politieke quantummechanica, getiteld "1984: Orwell en ik, een paar apart". Deze lezing was de weerslag van een onderzoek naar de wijze waarop toekomstbeelden de realiteit van het menselijk handelen krommen, naderend tot het punt waarin het collectief zijn eigen positie ten opzichte van het toekomstbeeld herkent, miskent en in een virtuele lus tot haar eigen verleden rekent. Ondanks een fikse publiciteitscampagne waren er maar weinig belangstellenden, ongeveer 20.

De nazit in de kroeg maakte echter veel goed. Vijf stille mannen met baarden herkenden een gebrek aan zichzelf in elkaar. Dr. Smith bleef naïef in zijn eigen theorieën geloven en op zijn praatstoel zitten.

Vijf mannen die wisten dat de bal al gegooid was en vallen zou, hielden zo veel van elkaar dat ze besloten te spelen. Niet langer immuun. Zij schoren hun baarden af. Het gonzen was begonnen.



2. De Wereld

Door zijn deelname aan het project kwam dr. Smith in contact met de wereld. Daarvóór, opgeslokt in wetenschap, waren er slechts kantoor, familie, rituelen en ideeën, die een veilige speeltuin vormden. Nu, toen, daarna, waren de straten gevuld met onbekende mensen en de geluiden die er waren. Hij had slechts in theorie geleefd. Nu bracht hij zijn offers. Zijn speeltuin was de vrijplaats voor zijn oude wereld. Zijn nieuwe wereld bracht de eenzaamheid in zijn huis. Er werd van verdriet gestorven.

Ondertussen absorbeerde Smith de wereld, zijn lijden fascineerde hem, de bomen verloren hun bladeren in de herfst en groeiden in de lente weer aan. Hij ademde koude winterlucht in en uit tot zijn longen en middenrif pijn deden. Hij proefde het water in de vijver in het park. Hij droeg nooit meer een pyjama 's nachts. Nam bewust deel aan het stadsverkeer.

En de berekeningen vereisten het. De kromming in de wereldbeelden. November 1988. Er moest een wereld zijn die tastbaar was voordat ze kon worden aangetast. Innige deelname.

Op 23 augustus 1986 kwam een eerste doorbraak toen Smith zijn eigen verzameld werk las. Nu begreep hij waarom de voorspellers hem gekozen hadden. Zijn werk had buiten de speeltuin waarin het ontwikkeld was grootse implicaties.

De noodlottige culminatie van 1988 had met noodlot niets van doen, maar was desondanks zo goed als onvermijdelijk. Dingen moesten, maar moesten pas als ze in werking waren gebracht en hun tegendeel ontkend was, zo had Smith in de loop der jaren van de voorspellers geleerd. Wat zijn theorie daar aan toevoegde was de kracht van de collectieve beelden van wereld, toekomst en mens. Collectieve beelden konden liegen en dezelfde leugen als waarheid verkondigen, hun eigen bestaan ontkennen, tegelijkertijd dezelfde wereld herkennen en ontkennen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Collectieve beelden hadden de kracht van ultieme zelfhandhaving: de virtuele lus, de maakbare werkelijkheid. De ontkenning van de wereld kon worden aangenomen, ontkend, en als fictie terzijde worden geschoven.

Doctor Rudyard Smith beleefde in december 1987 zijn laatste en grootste doorbraak. Zes uur 's ochtends en koud op z'n kantoor. Hij had koortsachtig, maniakaal doorgewerkt, zich almaar geconcentreerd, zijn neus en hoofd gevuld met verantwoorde hoeveelheden door het project gecertificeerde cocaïne. Zijn slaapgebrek had hem toch parten gespeeld: zijn laatste pennenstreken waren niet meer als tekens te herkennen, waren naar omlaag dwarrelende lijnen op zijn vellen. Zijn kwijlende mond blies wolkjes zacht de kamer in.

Smiths wereld werd onderhand bevolkt met allerhande fabeldieren die in koor riepen: "hier klopt alles wat je zegt, Smith!", terwijl Smith in zijn droom zelf tegen dreigende slaap vocht. Een rat kuste hem wakker en sprak met zijn knaagdierenmond: "ik besta toch, Smith?" "Ja", zei Smith, "jij bent geen fabeldier, lieve rat". "Ratten kunnen helemaal niet praten!!" schreeuwde het koor van fabeldieren.

Smith tuimelde zijn kantoor weer in. Kouwe natte kin en wang, vlekken voor zijn ogen, verkleumde handen, voeten en neus. Verkoolde adem, Smith hoestte wat bloed op, veegde zijn mond af met een katoenen zakdoek. Peinsde. Hij fantaseerde over zijn droom, hij kon niet verkroppen dat fabeldieren hem belachelijk maakten zonder dat hij de kans had gehad ze van repliek te dienen. Smith zong zichzelf in slaap, ontmoette de fabeldieren en sprak zacht maar dwingend tot hen: "wie zijn jullie om te ontkennen dat ratten kunnen praten?" Het koor was met stomheid geslagen.

Smith werd zacht wakker van zijn eigen stem die "zo" sprak en herhaalde. Zijn natte mond proefde enkele malen het woord en besloot tevreden: "zo". De eerste zonnestralen van de dag ontmoetten het stoffige kantoor, langs stoffige lamellen, door viezige ramen. Bij het pruttelen van het koffiezetapparaat schreef Smith op een nieuw vel "2 novembers in 1988", met een hele grote 2.

Zo gebeurde het en is het nooit gebeurd. De berekeningen werden gemaakt en de resultaten zorgvuldig toegepast. In november 1988, toen het allemaal misging, zaten de deelnemers aan het Nostradamusproject veilig verschanst in een atoombunker - zij konden immers op dat moment slechts zichzelf redden. En dat was goed, want zij waren van belang. Toen het over was, zo ongeveer 27 november(I) 1988, kwam het project in actie. In vier dagen tijd werd een virtuele lus om november gebouwd. In die vier dagen werkten alle fabeldieren als bezetenen om de hun gegunde zeer kortstondige realiteit volledig uit te wonen, opdat juist het niet-bestaande bestaansrecht zou hebben, een kans om uit de as te herrijzen. Op 31 november(I) 1988, om half twaalf 's avonds , was de wereld weer klaar om door mensenogen waargenomen te worden. De fabeldieren en de andere deelnemers aan het project bedankten en omhelsden elkaar, dr. Smith werd uitgebreid geroemd en op nepchampagne getrakteerd. Smith prees in zijn speech de vijf voorspellers zonder wie dit alles...et cetera et cetera.

Klokslag 12 uur vielen even alle lichten uit. De wereld kon aan een verse november beginnen. Velen ter wereld gingen naar bed of stonden op of gingen verder waar ze eind oktober gebleven waren. November was een feit, en een november als vele andere novembers, met hoogstens iets verdwaasder bewoners dan anders. November(II) zou voor altijd de geschiedenis ingaan als november 1988. De fabeldieren waren verdwenen.

Het Nostradamusproject, dat nooit bestaan heeft, was zich volledig bewust van zijn situatie, hetgeen leidde tot een ronduit hilarische opheffingsvergadering, met verhitte debatten over wat men toch met z'n tijd had uitgespookt die laatste vier jaar, stelletje dromenjagers.

Maar dit is natuurlijk nooit gebeurd .


Agenda

  • 01.05.2012
    Minus The Tiger + ...
  • 05.05.2012 | 18.20
    Bevrijdingsfestiva...
  • 17.05.2012
    Dauwpop
  • 19.05.2012
    BAM! Festival
  • 30.05.2012
    Kostroma Russia (T...
  • homepicture1
  • homepicture2
  • homepicture3
  • homepicture4
  • homepicture5
  • homepicture6
  • homepicture7